Welke types van netwerk zijn er in Brussel?

Het netwerk 230 V vertegenwoordigt 88 % van het aantal meter kabel.  Het heeft 3 draden voor de 3 fases. U verkrijgt 230 V eenfasig als u zich aansluit op twee fases.

Het netwerk 400 V vertegenwoordigt 12 % van het totaal.  Het heeft 3 draden voor de 3 fases en één draad voor de nulgeleider. U verkrijgt  230 V eenfasig als u zich aansluit tussen één van drie fases en de nulgeleider.  De 400 V is beschikbaar tussen twee fases.

Hoe een snelle of halfsnelle laadpaal installeren op een 230 V-netwerk?

Een halfsnelle of snelle laadpaal vergt altijd een aansluiting in driefasig 400 V met nulgeleider. 

Als u aangesloten bent op een 230 V-netwerk, is het altijd mogelijk om aan die snelheden op te laden door een autotransformator te installeren. Maar daartoe is driefasig 230 V nodig. Soms zal Sibelga uw installatie dus eerst moeten aanpassen om ze van eenfasig 230 V om te zetten naar driefasig 230 V.

Een autotransformator, wat is dat?

De autotransformator is een elektrisch toestel waarmee de spanning van een stroomkring kan worden verhoogd of verlaagd. Hij maakt het mogelijk om lokaal van een kring van 3 X 230 V zonder nulgeleider over te gaan naar een kring van 3 X 400 V met nulgeleider.

De autotransformator heeft het voordeel dat hij goedkoper en kleiner is dan een klassieke transformator, maar hij biedt een merkelijk lager rendement.

Wat kost dat? Waar vind ik dat? Wie installeert dat?

Stel uw vragen over de autotransformator aan een elektricien of aan de installateur van uw laadpaal. Hij zal u helpen bij het kopen en laten plaatsen ervan. 

Waarom bestaat het Brussels netwerk voornamelijk uit 230 V?

De 230 V-netwerken zijn niet eigen aan het Brussels gewest, zij bestaan overal te lande. Het gaat om een historisch erfdeel.  In het begin van de 20ste eeuw, met de komst van de elektriciteitsnetten in driefasige wisselstroom, zijn er immers  verschillende technologische keuzes gemaakt. Zo heeft België geopteerd voor 230 V, terwijl in Frankrijk voor 400 V werd gekozen.

En elk netwerk heeft zowel zijn voor- als nadelen.  De keuzes van toen werden gemaakt om technische, economische of geografische redenen.

  • Het 400V-netwerk heeft als voordeel dat het minder energieverliezen genereert te wijten aan de opwarming van de kabels  voor eenzelfde hoeveelheid getransporteerde energie.
  • Van de andere kant, was de prijs van koper en aluminium 100 jaar geleden zo hoog, dat de besparing van één draad (de nulgeleider) op de 230 V-netwerken aanzienlijk was. 

Vlaanderen en Wallonië hebben, om economisch gewettigde redenen, beslist om geleidelijk aan hun netwerken 230V naar 400V over te zetten in landelijke zones, want de kabellengtes zijn er aanzienlijk en de energieverliezen dus ook. De stedelijke zones van hun kant, blijven in 230V.

In Brussel zijn de energieverliezen zeer beperkt vanwege de densiteit van het net en de korte afstanden. Investeren in een dergelijke operatie is dus niet verantwoord, te meer daar de binneninstallaties van de klanten ook nog zouden moeten worden aangepast.

De predominantie van de 230V-netwerken te Brussel is dus een economisch en historisch gerechtvaardigde keuze.